Zelfportret

groot symfonieorkest, 10′

Geschreven najaar 2014 voor het UvA-Orkest J.Pzn Sweelinck. Première: december 2014 (Agenda)

 

Over het stuk:

Hugo Bouma (1991)
Zelfportret (2014) geschreven in opdracht van het Sweelinckorkest

Hoe klinkt een orkest? Nee, niet het abstracte begrip “orkest”—hoe klinkt dit orkest? Waaraan kan je onmiskenbaar horen welke verzameling personen en persoonlijkheden er achter de instrumenten schuilgaat? Dit is de vraag, die mij bezighield tijdens het schrijven van dit stuk. Als orkestlid heb ik uitgebreid kennis kunnen maken met deze persoonlijkheden, en met die van het orkest als geheel. Mijn doel als componist was, om zodanige voorschriften te geven dat het orkest zichzelf in de muziek kan afbeelden zoals enkel deze groep mensen dat kan. Met opzet dwingt dit stuk de spelers buiten hun “comfort zone” te treden door middel van verworvenheden uit de hedendaagse muziek, die slechts langzaam hun intrede doen in het geijkte repertoire, zoals daar zijn: complexe en asymmetrische ritmes, dodecafonie, vocale elementen en aleatoriek, omdat juist hier de ruimte ligt voor de uitvoerders om er iets eigens van te maken.

Naast een zelfportret van het orkest, is dit werk vanzelfsprekend ook een zelfportret van de componist. Veel van het melodisch materiaal in het middengedeelte verwijst op cryptische wijze naar elementen uit mijn persoonlijke leven. Veel belangrijker echter is het stuk in totaal een weergave van de worsteling om een eigen stem te laten horen tegen een achtergrond van onverschilligheid. Deze tegenstelling wordt verbeeld door twee thematische groepen: enerzijds een verzameling van vier melodieën in betrekkelijk vrij ritme, waarin per stuk precies alle twaalf chromatische tonen één keer worden gebruikt. Niet geheel toevallig worden deze geïntroduceerd door mijn “eigen” stem in het orkest: de altviool. De onverschillige buitenwereld anderzijds krijgt hierna haar introductie door de blazers, en kenmerkt zich door een beperktere keuze aan noten en een star, dwingend ritme.

Gedurende het stuk botsen deze twee kampen op verscheidene manieren. Na een uitbarsting, halverwege, begint de muziek zich te laten leiden door melancholie, en sluipen er steeds meer invloeden van buitenaf in—de muzikale cryptogrammen. Uiteindelijk komt de innerlijke melodie tot overeenstemming met de starre buitenwereld en eindigt het Zelfportret triomfantelijk, maar: hoeveel is er nog van mij, en hoeveel van het orkest?


UvA-Orkest J.Pzn Sweelinck, dirigent: Libia Hernández
Opgenomen 11/12/2014, NedPhO-Koepel, Amsterdam

Comments are closed, but trackbacks and pingbacks are open.